Wetsvoorstel Normalisering rechtspositie ambtenaren in Eerste Kamer

Vandaag spreekt de Eerste Kamer over ons als ambtenaren. Na zes jaar behandelt de Eerste Kamer het wetsvoorstel Normalisering rechtspositie ambtenaren. Deze wet zorgt ervoor dat het arbeidsrecht van ambtenaren gelijk getrokken wordt met dat van gewone werknemers. Vanuit FUTUR vinden we dat ‘niet meer dan normaal’.

Aparte arbeidsverhoudingen passen niet bij werkwijze jonge generatie ambtenaren
Ik ben onderdeel van het bestuur van FUTUR,  de vertegenwoordiger van jonge ambtenaren in Nederland. Wij vinden dat de normalisering ‘niet meer dan normaal’ is. Op dit moment hebben ambtenaren een bijzondere rechtspositie. Voor jonge ambtenaren, vers uit de studiebanken, is dat onbegrijpelijk. Overheidsorganisaties werken steeds meer samen met andere organisaties. Maatschappelijke uitdagingen laten zich al lang niet meer oplossen door de overheid alleen. Die pakt de ambtenaar van nu samen met maatschappelijk en private partners aan. De arbeidsverhoudingen bij de overheid zouden daarom gelijk moeten zijn aan de verhoudingen in het private bedrijfsleven. “Jonge ambtenaren denken niet meer in grenzen. Zij durven verder te kijken, óók buiten hun organisatie,” aldus Emke Westra (voorzitter FUTUR), “aparte verhoudingen binnen de overheid zijn dan ook uit de tijd.” Het wetsvoorstel maakt overigens geen einde aan het eigen karakter van het ambtenaarschap, maar koppelt de rechtspositie los van de Ambtenarenwet.

Normalisatie biedt kansen mobiliteit publieke sector
Door de aparte rechtspositie van ambtenaren zit de publieke sector vast. Doorstromen of switchen tussen overheidslagen gebeurt nauwelijks en de huidige situatie bemoeilijkt het uitwisselen van kennis en kwaliteit. Vooral jongeren zijn de dupe van deze inflexibele overheid. Samen met ouderen vormt de jonge generatie de grootste groep uitstromers. Een onwenselijke situatie, omdat jongeren hard nodig zijn voor een toekomstbestendige overheid. Normalisering zorgt voor ontschotting van de arbeidsmarkt en maakt één cao mogelijk voor zowel het rijk, provincie als gemeente. Dit biedt kansen voor het behouden van jong talent voor de publieke sector.

Nieuwe generatie weerbaarder tegen politieke willekeur
De reden voor andere verhoudingen tussen ambtenaren dan medewerkers in het private bedrijfsleven is om ambtenaren te beschermen tegen politieke willekeur. Daar zal de discussie vandaag in de Eerste Kamer onder meer over gaan. Hoewel de aandacht daarvoor van belang is, ziet FUTUR een nieuw evenwicht ontstaan. Naast de regels in het burgerlijke recht zijn er tegenwoordig andere beschermingsmechanismen tegen politici die willekeurig ambtenaren willen ontslaan. Denk alleen al aan de enorme kracht van social media en het steeds opener worden van de overheid.

Hoog tijd voor normalisering
Zes jaar na het indienen van de initiatiefwet door het CDA en D66 nadert nu de beslissing over het normalisatievoorstel. FUTUR vindt dat het tijd is dat de veranderende rol van de overheid en haar ambtenaren vertaald wordt naar wetgeving. De (jonge)ambtenaar van nu maakt op een andere manier verbinding met de samenleving. De verhouding ambtenarij-bestuur-maatschappij is niet hetzelfde als 100 jaar geleden. Het is aan de Eerste Kamer om hierin door te pakken, het is hoog tijd voor normalisering.

Puck van Tilburg

Bestuurskundige. Werkt als bestuursadviseur bij de Gemeente Bodegraven-Reeuwijk. Zit in het bestuur van FUTUR.

4 reacties

  1. Davied schreef:

    Ik ben het met Futur eens dat een aanstelling krijgen in plaats van een gezamenlijk contract tekenen “niet normaal” is, maar in de praktijk merk je het verschil natuurlijk nauwelijks. De belangrijkste vraag in de Eerste Kamer is: welk probleem wordt nu eigenlijk opgelost hiermee? Het kost best veel geld om al die wetten te wijzigen en uiteindelijk gaat het niet eens gelden voor alle ambtenaren.

    Mobiliteit is zeker een uitdaging binnen de overheid. Het zou goed zijn als ambtenaren vaker bij andere bestuurslagen ervaring op zouden doen. Ik zie echter niet hoe de normalisering daar in gaat helpen. Hoe belemmert de ambtelijke rechtspositie om ergens anders als ambtenaar verder te gaan? Idem voor vertrek uit de ambtelijke dienst. De overheid is best een goede werkgever met een prima cao en dat gaat niet veranderen.

    De reden dat de Eerste Kamer zo de nadruk legt op de bijzondere positie van ambtenaren is dus vooral omdat de concrete voordelen van de normalisering slecht te onderbouwen zijn. Dat wil niet zeggen dat het geen goed onderwerp is om over te praten. Integendeel: het is fijn dat politici zo diepgaand het gesprek aangaan over de meerwaarde en de bijzondere bijdrage van al die hardwerkende ambtenaren!

    De argumenten die Futur noemt om die bijzondere positie te relativeren zijn niet heel sterk. Als een ambtenaar intern onder druk wordt gezet op een gevoelig thema dan gaan sociale media je niet helpen. Wat je dan nodig hebt is de garantie om onafhankelijk en op basis van ambtelijk vakmanschap je werk als publieke professional te kunnen doen.

    Datzelfde geldt voor de samenwerking met externe partijen. De overheid staat voor het ambtelijk belang. Juist doordat de overheid steeds vaker samen met andere partners aan de slag gaat, wordt die rol steeds belangrijker. Ambtenaren hebben in die samenwerking een speciale rol om dat algemeen belang in de gaten te houden. Je werkt over grenzen, maar wel namens de overheid.

    Kortom: bijzonder werk vraagt om een bijzondere status.

    • Emke Westra schreef:

      Wat er feitelijk gebeurt is dat de ambtenarenwet blijft bestaan maar dat de rechtspositie daar losgekoppeld van gaat worden. De rechtspositie belemmert je persoonlijk inderdaad niet om een stap te maken. Maar je ziet dat het voor organisaties in de praktijk moeilijk is om een plekken te creëren en daardoor om mobiliteit op gang te brengen. Het aanpassen van de rechtpositie is zeker niet de enige, maar wel een van de oplossingen en zal de ontwikkeling van de publieke sector als moderne werkgever versnellen. In de nieuwe situatie wordt door het afschaffen van bovenwettelijke en nawettelijke regelingen het makkelijker, doordat er financiële ruimte ontstaat, om nieuwe plekken te creëren. Daarnaast is het zo dat er een cao voor alle overheidslagen kan gelden wat ook kansen biedt voor beweging.
      Ook wij zien het als een stuk waardering tot er zo uitgebreid over ons ambtenaren is gesproken. Senator Barth van de PvdA gaf in haar bijdrage aan dat ze zich zorgen maakt over het waarborgen van de onafhankelijke positie van ambtenaren en we delen haar oproep aan de minister om deze ‘ plicht tot goed werkgeverschap’ zoals ze het noemt goed te beleggen. De aandacht die de onafhankelijke positie van ambtenaren krijgt in het politieke debat maakt dat dit vertrouwen geeft dat hier in de uitvoeringswet voldoende aandacht aan wordt besteed. Aan de andere kant denken we echt dat het transparanter worden van de overheid en over het algemeen een veranderde bestuurscultuur hier positief aan bijdragen.
      Het ambtenaren-vak is mooi en bijzonder zeker in de huidige samenleving waarin we samen met private partijen problemen aanpakken. Een anders status doet daar geen afbreuk aan.

  2. Hadewych van Kempen schreef:

    Ik zou niet weten of, en hoe, het gelijkschakelen van de ambtelijke rechtspositie met die van werknemers de mobiliteit of flexibiliteit zou kunnen bevorderen. Flexibiliteit is vooral een kwestie van mentaliteit, van zowel medewerker als leidinggevende, zou ik denken.
    Als je doorstroming wil bevorderen kan je dat onder meer doen door de baanzekerheid van ouderen te ondergraven. Daar ben ik niet voor (was ik ook al niet toen ik nog jong was), vooral omdat ik onvoldoende vertrouw op het inzicht van managers dat ouderen nadelen (kosten, ingesleten gewoonten) maar ook voordelen (ervaring, relativeringsvermogen) hebben. En ook omdat het voor oudere ex-ambtenaren nog veel moeilijker is een nieuwe baan te vinden dan voor jongeren.

    Futur stelt dat het argument voor een aparte ambtenarenstatus bescherming tegen politieke willekeur was. Dat kan, het zou best waar kunnen zijn dat het nodig werd gevonden om ambtenaren tegen politiek gekleurde benoemingen en ontslag te beschermen. Sommige politieke partijen zullen het lastig vinden de verleiding te weerstaan leden van hun eigen partij te laten benoemen, ten koste van ambtenaren die lid van een andere partij is. Ik betwijfel eigenlijk of de ambtenarenstatus daartegen beschermt, we kennen immers recente voorbeelden van dit fenomeen. Het zal meer een kwestie van politieke cultuur, controle door de TK en zelfbeheersing/zelfvertrouwen van bewindslieden zijn die er op dit vlak toe doen.

    Naar mijn mening is het belangrijkste argument voor een aparte ambtenarenstatus te vinden in ambtelijk vakmanschap, ambtelijke integriteit, onafhankelijkheid. Ambtenaren hebben juridische bescherming nodig tegen zowel hun managers als hun politieke bazen, meer dan dat ‘gewone’ werknemers dat nodig hebben. Het ambtelijk vakmanschap is er immers juist in gelegen dat je een goeie balans zoekt tussen loyaliteit en onafhankelijkheid, dat je zo integer bent dat je je steeds afvraagt of je je beslissingen wel kan verantwoorden, dat je niet alleen oog hebt voor het naleven van de wet, voor het leveren van de door de bewindspersoon gewenste resultaten, voor het uitvoeren van het regeerakkoord, maar dat je ook rekening houdt met burgers die geraakt worden, met fundamentele rechten en juridische grondbeginselen. Ambtenaren moeten voldoende lef hebben om tegenspraak te durven leveren – de gedachte achter een divers samengesteld deskundig ambtelijk apparaat is onder meer dat kritisch denken de kwaliteit van het werk bevordert.

    Jonge instromende ambtenaren komen doorgaans niet meteen op posities terecht waarin ze geconfronteerd worden met lastige ethische vraagstukken. Bovendien varieert het nogal per overheidsfunctie hoe ingewikkeld je positie eigenlijk kan worden. Denk bijvoorbeeld aan inspecties, waar mensen eerder tussen twee vuren terecht komen dan bij sommige beleidsdirecties.
    Dat jonge ambtenaren de noodzaak van bijzondere juridische bescherming niet zien vind ik daarom niet zo verwonderlijk. Maar ik geloof dat het voor de kwaliteit van de overheid van groot belang is dat ambtenaren zich veilig genoeg voelen om integer professionele afwegingen te maken en om onafhankelijk kritisch te durven denken en adviseren.

  3. Emke Westra schreef:

    Mooi dat je aangeeft dat flexibiliteit een kwestie is van mentaliteit, als meer mensen zo denken dan zou het ook al een stuk helpen. Goed dat je ouderen noemt want er bestaat zoiets als het generatiepact. Ouderen gaan bv 8 uur minder werken maar krijgen daar nog wel 4 uur van uitbetaald. De ruimte in fte en in geld wordt dan gestopt in het aannemen van de jongere generatie. Dus ook dat is een optie om mobiliteit te creëren. FUTUR gaat zeker niet voorbij aan het beschermen van de rechtspositie van ambtenaren. Het gevraagd maar ook zeker ongevraagd advies kunnen geven is een belangrijke onderdeel van ons vak en vraagt om een zekere mate van bescherming. Alleen denken wij dat dit ook in de nieuwe situatie goed geregeld kan worden. Zoals ik hierboven al aangaf heeft dit ook de nodige aandacht gehad in het politieke debat. Bij de uitvoeringswet kan de minister er dan ook niet om heen om hier voldoende aandacht aan te besteden. Een wet of rechtspositie kan je niet alleen helpen een veilig gevoel te geven om je werk goed te kunnen doen dat is vooral een organisatie en cultuur vraagstuk.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: