“Openheid is ons belangrijkste instrument”

Foto Ramon de Louw

Foto Ramon de Louw, door Sebastiaan ter Burg

Ramon de Louw is programmamanager Open Data bij het ministerie van Economische Zaken (EZ). Vanuit EZ is hij het aanspreekpunt voor open data en betrokken bij het doorbraakproject ‘Open geo-data als grondstof voor groei en innovatie’. Marieke Schenk van het Leer- en Expertisepunt Open Overheid sprak met hem over zijn werkzaamheden.

Wat zie jij als de successen van de afgelopen jaren?

Het grootste succes vind ik het beschikbaar stellen van veel en zeer relevante geografische data. Het geo-domein was er vroeg bij. Dat stelt ons nu bijvoorbeeld in staat om tot op vrij groot detailniveau Nederland virtueel na te bouwen. De overheid zelf heeft hier ook de voordelen van, denk aan de uitdagingen op het gebied van infrastructuur en ruimtelijke ordening. Zo kan bijvoorbeeld bepaald worden waar het zin heeft om zonnepanelen of windturbines te plaatsen en wat de impact is op de omgeving. Of om te voorspellen welke impact wateroverlast heeft. Zo kunnen we ons land tot op detail managen.

Wat is er volgens jou nodig om de ontwikkeling van open data de komende tijd verder te brengen?

Met name bij sommige gemeentes is denk ik het bewustzijn rond Open Data nog niet zo groot, terwijl juist daar de meeste impact te verwachten valt. Maar ook daar geldt dat de maatschappelijke baten lastig inzichtelijk te maken zijn of pas realiteit worden als meer gemeentes samenwerken.

“Er is een steeds sterker bewustzijn ontstaan dat de overheid het niet alleen meer kan en dat Open Data één van de middelen is om uit die impasse te komen.”

Wat heeft jou de afgelopen jaren verrast?

Dat het laten zien wat al kan en gebeurt in Nederland sterker werkt dan werken vanuit de overtuiging dat het nu eenmaal zou moeten. Maar ondertussen is ook een steeds sterker bewustzijn ontstaan dat de overheid het niet meer alleen kan en dat Open Data één van de middelen is om uit die impasse te komen. De overheid moet kleiner worden, terwijl de informatiesamenleving een steeds grotere impact krijgt. Bestuurders staan steeds meer open voor ideeën en initiatieven op dit gebied. Maar we moeten wel blijven investeren in de kennis en kunde van ambtenaren op dit terrein.

Is de weerstand op het gebied van Open Data sterker geworden de afgelopen jaren? Of juist minder sterk?

Voor de weerstand van mensen zijn vaak goede redenen. Het is daarom belangrijk een goede discussie te voeren over nut en noodzaak. Toch ontstaat langzamerhand meer bewustwording over hoe het anders kan binnen de overheid. Weerstand betekent ook dat je aan de juiste tafels zit. Dat de discussie meerwaarde gekregen heeft. Als de bereidheid er is, zijn drempels goed te nemen. De juridische aspecten bijvoorbeeld, zoals aansprakelijkheid en privacy. Dat is een kant die we constant in de gaten moeten houden. Als je wilt dat mensen er echt mee aan de slag gaan, zul je garanties moeten inbouwen.

“Voor de weerstand van mensen zijn vaak goede redenen. Het is daarom belangrijk een goede discussie te voeren over nut en noodzaak.”

Heb je ook tips voor anderen die hiermee bezig zijn of hiermee aan de slag willen?

Kijk niet te eng naar het onderwerp Open Data. Om goed de discussie te kunnen voeren, moet je echt breder nadenken over een informatiestrategie en dat raakt vaak direct aan de taak en rolopvatting van een overheidsorganisatie. Anderzijds kan het soms ook juist helpen om wel op een enge manier naar Open Data te kijken. Om snel voortgang te boeken helpt dan een instrumentgerichte benadering. Een juiste balans is belangrijk: je moet op beide speelvelden acteren om het verschil te maken.

Lees hier het gehele interview met Ramon de Louw.

 


Foto: CC BY-SA Sebastiaan ter Burg

Mikis de Winter

Ik werk voor het Leer- en Expertisepunt Open Overheid. Meer info op www.open-overheid.nl

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: