Een hoger doel

Zoals bekend heeft de Nationale Ombudsman een belangrijke taak: het controleren van de Staat. Dat doet de ombudsman om de burger te beschermen. Vooral tegen de macht van de overheid. Het is een invulling van de ‘checks and balances’, zeg maar. Daarmee is de Nationale Ombudsman niet alleen onderdeel van, maar ook vertegenwoordiger van de Staat.

De taak van de Nationale Ombudsman moet je dus wat mij betreft niet op zichzelf zien. Maar ook als onderdeel van het totale systeem waar hij deel van uitmaakt (de Staat). Daaruit volgt een dubbele verantwoordelijkheid. Namelijk een taakverantwoordelijkheid en een verantwoordelijkheid voor het systeem.

Met dat laatste bedoel ik dat je mede verantwoordelijk bent om bij te dragen aan het goed functioneren van de overheid als totaal. Aan goed functioneren kan je denken aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Zoals het zorgvuldigheidsbeginsel of het motiveringsbeginsel. Dat is belangrijk in relatie tot het vertrouwen van de burger in de overheid. Wat je tegen de burger over de overheid zegt, moet kloppen.

De verantwoordelijkheid van de Ombudsman vult hij in met betrekkelijk weinig formele bevoegdheden om de Staat feitelijk te corrigeren. Wat de Nationale Ombudsman wel heeft, is het instrument publiciteit. Hierdoor heeft hij invloed of macht.

Als ik nu het jongste rapport (over het PGB) van de Nationale ombudsman lees, dan zie ik hem sublimeren in zijn taakverantwoordelijkheid en de grenzen opzoeken in zijn systeemverantwoordelijkheid. Ik vind dat linke soep en vraag me af of hij zich bewust is van die verantwoordelijkheid. Een argumentatie.

Het rapport oordeelt dat de burger niet centraal heeft gestaan bij de stelselwijziging. Eerder ambtelijke- of organisatiebelangen. Geen mals oordeel. Dat doet pijn en het lijkt me dat we als overheid moeten kijken wat we daarvan kunnen leren. Zo reageert de betreffende Staatssecretaris ook. In zijn functie van controleren (doet de overheid wat ze moet doen) is de ombudsman scherp en vult hij zijn verantwoordelijkheid ruimschoots in. Maar de klachtenbemiddelaar schiet door met zijn conclusies door te veel te generaliseren en verliest daarmee zijn evenwicht.

Links en rechts in het rapport van de Ombudsman staat dat ‘de overheid’ niet leert van eerder gemaakte fouten. Weliswaar zet hij dat enkele keren in de context van stelselwijzigingen. Het is maar de vraag of die nuance in de buitenwereld onthouden wordt. Dat is een conclusie die hij niet kan trekken. Wie bedoelt hij dan eigenlijk als hij het heeft over ‘de’ overheid? De rechterlijke macht, de politie, Rijkswaterstaat, de gemeenten, de waterschappen? Het hele systeem? Zeg het maar als je het weet.

Een generiek en ongenuanceerd oordeel dat uiteindelijk in de onderbuik van Nederland resoneert. Hij draagt hiermee bij aan een negatief imago van ‘de overheid’ als systeem. Daarmee neemt het algemeen vertrouwen van de burger in de overheid af. De burger komt zo steeds meer tegenover de overheid te staan.

Het publicitair bereik van de Ombudsman is enorm groot. En het zijn de oneliners als ‘de overheid leert niet van eerder gemaakte fouten’ die blijven plakken. Daarom moet je zorgvuldig zijn in wat je over Nederland uitstrooit. En het moet goed gemotiveerd zijn. Twee kenmerken van behoorlijk bestuur zoals ik al aangaf. Wat je als vertegenwoordiger van de Staat meegeeft, moet bijdragen aan het verstevigen van de kwaliteit en het functioneren van de overheid. Dat is, juist bij de taakuitoefening van de Ombudsman, zijn hogere doel.

Het algemene beeld dat ‘de’ overheid niet leert van zijn fouten en dus niet presteert, herken ik niet. Het staat haaks op de ervaringen die ik zelf met onderdelen van de overheid heb. We oefenen als ambtenaar een vak uit dat niet voor iedereen is weggelegd. We zijn met relatief weinig mensen, maar met veel deskundigheid in staat om bewindspersonen in mum van tijd te kunnen bedienen. We zorgen ervoor dat Nederland bijvoorbeeld droge voeten houdt. Ambtenaren zorgen voor stabiliteit, zekerheid en continuïteit. Onze kennis en kunde heeft internationale allure. Dat heb ik meegemaakt bij mijn periode bij de Federale overheid in Amerika.

Als ambtenaar heb je ook niet alleen maar de verantwoordelijkheid om je werk goed te doen. Je hebt wat mij betreft ook de taak om aan anderen zichtbaar te maken waar we excelleren. Waar je ‘de overheid’ professioneel laat draaien. En ja, ook waar we kunnen bijleren. Daar moeten we dan zo snel als mogelijk een been bijtrekken. Alles moet gericht zijn op het verstevigen van de kwaliteit en het functioneren van de overheid. Ten dienste van de burger en het algemeen belang. Dat is ons hoger doel.

Paul Weststeijn

Paul Weststeijn

Ik werk als DG-secretaris van DG Milieu en Internationale Zaken bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu

1 reactie

  1. Davied van Berlo schreef:

    Ik ben het met je eens dat de ombudsman de overheid te veel over één kam scheert en dat er veel organisaties zijn die wel leren en bezig zijn met veranderen, maar tegelijkertijd kunnen we dit moeilijk afdoen als een incident: hier zijn heel veel ambtenaren jarenlang mee bezig geweest met als resultaat dat veel burgers in de problemen zijn gekomen. Qua vakmanschap hebben de collega’s steken laten vallen, maar ook qua aansluiting op de behoeften van de betrokken burgers. Ik vraag me af of en hoe daar nu van geleerd wordt. Zo’n belangrijke kwestie straalt immers af op de rest van de overheid …

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: