70% jonge ambtenaren voelt zich niet vertegenwoordigd door vakbonden

Een grote meerderheid onder jonge ambtenaren voelt zich niet vertegenwoordigd door vakbonden. Dat blijkt uit een onderzoek van Futur, het landelijke jonge ambtenaren netwerk. Van de totale populatie voelde bijna 59% zich niet voldoende vertegenwoordigd door de vakbonden. Onder jonge ambtenaren was dit zelfs bijna 70%. Voorzitter Florus van der Linden van Futur is geschrokken van de uitkomsten. ‘We gingen er wel vanuit dat de belangstelling voor vakbonden onder jonge mensen wat lager zou zijn, maar deze cijfers zijn zorgwekkend. De manier waarop arbeidsvoorwaarden op dit moment tot stand komen, past kennelijk niet meer bij deze tijd. Het is misschien wel tijd om alternatieven te overwegen.’

Oubollige stijl

Futur deed het onderzoek via een landelijke steekproef onder overheidspersoneel. ‘De enquête is in veel verschillende overheidsorganisaties ingevuld: ministeries, provincies, gemeenten, waterschappen. In al die overheidsorganisaties komen dezelfde sentimenten naar voren’, aldus Van der Linden. ‘Veel jonge mensen hebben weinig belangstelling voor vakbonden en geven ook aan niet op de hoogte te zijn van het werk van vakbonden.’ Er is bovendien onvrede over zowel de prioritering bij cao’s als bij de stijl van vakbonden: de huidige manier van actievoeren en de onderlinge strijd tussen de vakbonden wordt door veel ondervraagden als oubollig beschouwd.’

Andere prioriteiten arbeidsvoorwaarden

Opmerkelijk is het verschil in prioritering bij de totstandkoming van cao’s: waar de oudere respondenten een groot belang hechten aan loonontwikkeling en baanzekerheid, kiezen jonge mensen vooral voor meer aandacht voor mobiliteit en opleidings- en ontwikkelmogelijkheden. Van der Linden: ‘Dat zijn opmerkelijke verschillen. In de onderhandelingen staan loonontwikkeling en ontslagbescherming vaak centraal, terwijl jonge mensen willen dat er meer nadruk ligt op doorstroming binnen organisaties, flexibiliteit en de ruimte om hun eigen kennis en vaardigheden verder te ontwikkelen.’ Jonge mensen zitten helemaal niet zo te wachten op een vast contract, constateert Van der Linden. ‘Maar ze willen wel een andere manier van zekerheid. Door respondenten wordt de suggestie opgeworpen om tijdelijke contracten te verlengen, bijvoorbeeld naar vier jaar. Bij dit soort vernieuwingen worden de cao en de wensen van vakbonden door sommige deelnemers juist als belemmerend beschouwd.’

Vertegenwoordiging

‘Het belangrijkste zorgpunt dat hieruit voortkomt is de gebrekkige vertegenwoordiging’, concludeert Van der Linden. ‘Er zijn veel kritische opmerkingen over de werking van de bonden gemaakt.’ Of Van der Linden denkt dat het einde van de vakbeweging in zicht is? ‘Dat weet ik niet. Veel jonge mensen zitten best op begeleiding bij de arbeidsvoorwaarden te wachten, zo blijkt. Maar als ik deze antwoorden zie, denk ik dat wel er werk aan de winkel is voor vakbonden, maar ook voor werkgevers en nieuwe netwerken, zoals Futur zelf. Deze steekproef kan een aanzet voor een brede discussie zijn. Futur helpt daarin graag mee.’

Remy Maessen

Remy Maessen

Limburgse Nijmegenaar die werkt in Twente. Kosmopoliet aan de oostgrens. Parlementair historicus. Vertrouwt op de eigen kracht van mensen. Wil later Kasper Juul worden.

5 reacties

  1. André Rodenburg André Rodenburg schreef:

    De bonden hebben een relatief ouder ledenbestand, dat ze raadplegen over hun inzet bij cao-onderhandelingen. Het is dus logisch dat die belangen daarbij harder doorklinken: “wij betalen al jarenlang contributie, wij hebben al zo vaak actie gevoerd, dus ik wil dat de bond voor onze generatie opkomt”.
    Jongeren kijken vaak de kat uit de boom: “als de bond gaat doen wat ik belangrijk vind, word ik misschien wel een keer lid”. Maar waarom zou je nog lid worden van een organisatie als die toch al doet wat jij wilt, zonder dat het je iets (tijd of geld) kost?
    Voor de werkgevers lijkt het steeds makkelijker onderhandelen: de organisatiegraad (het aandeel ambtenaren dat lid is van een vakbond) daalt, en de bonden hebben verschillende standpunten. Maar als de andere kant van de tafel steeds minder werknemers vertegenwoordigt, wordt het lastiger: je zit ook niet op tienduizenden individuele arbeidsvoorwaardenpakketten te wachten. Dan liever een collectief kader (afspraken over werk en inkomen) met veel draagvlak, en individuele accenten zoals deeltijd of opleiding per levensfase.

  2. En wat doet André hier zelf aan. Is hij lid van een vakbond en heeft hij hier kenbaar gemaakt dat hij actief wil zijn in zijn vakbond? Kansen genoeg voor jongeren maar dan moeten ze wel investeren in zichzelf.

  3. Drs Dré schreef:

    André is van 1964, sinds zijn 23ste lid van een vakbond, was achtereenvolgens actief bij de gemeente Den Haag, de OR van het Ministerie van Vrom, de kadergroep Rijk van de Abvakabo en nu nog voorzitter van de bedrijfsledengroep ‘kerndepartement IenM’ van de FNV.

    • Marc de Natris schreef:

      Beste Andrea, we zijn dus van dezelfde grijze generatie die staan voor hun zaak en constateren dat de wereld in rap tempo verandert. De vakbond zal met de tijd mee moeten gaan als zij wil overleven. Gestaalde kaders zijn passé en beroepsverenigingen hebben de (CAO) toekomst.

  4. André Rodenburg André Rodenburg schreef:

    Ik zie wel dat er bij veel overheidsorganisaties “Jong X”-clubs zijn voor 35-min zoals Futur (en soms clubs van 50-plus). Maar die houden het vooral ‘leuk en gezellig’, organiseren borrels en werkbezoeken. Daar heb ik zelf ook graag aan meegedaan (terwijl ik tegelijkertijd in de OR zat). Maar zie je dat als voorbeeld voor vakbonden dan wel beroepsverenigingen om mensen te interesseren voor arbeidsverhoudingen?

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: