Wat laat een ambtenaar na?

Het antwoord was eeuwenlang heel simpel: papier! In het Nationaal Archief ligt 125 km papier en zeker 100 km daarvan is gevormd door ambtenaren. Dat staat er overigens niet op. Het heet het archief van de minister-president, van de Tweede Kamer, van de Hoge Raad of de rechtbank in Dordrecht. Maar een rechtbank schrijft niet, dat doen ambtenaren.

Het Nationaal Archief bewaart dus de nalatenschap van de ambtenaren. Maar zijn die ambtenaren zelf wel terug te vinden? Ter gelegenheid van de verschijning van het boek Ambtenaren! ben ik op zoek gegaan naar interessante erflaters van die nalatenschap.

De grondwet van 1848Casus 1: de onzichtbare ambtenaar

De initiatiefnemers van het boek vroegen welke ambtenaar verantwoordelijk was voor de beroemde grondwetsherziening van 1848. De wet heeft als geestelijk vader Johan Rudolph Thorbecke, maar wie heeft de tekst geschreven? En wie heeft het gekopieerd, zoveel keer als nodig was? Want zo’n beroemde tekst verdient toch een auteur!

Dan komen de vragen echter: Bij welk departement werd de grondwet geschreven? Kabinet des Konings, Binnenlandse Zaken, Justitie? En wat voor soort ambtenaar was het? Een op dagloon werkend bladschrijver, een uitzendkracht dus? Als het een schrijver-klerk is geweest, dan heeft hij de status van een typist(e) uit later jaren. Ook van een 20e-eeuwse typist is niet meer na te gaan wie een stuk getypt heeft. Als de tekst geschreven is door een vast ambtenaar, dan is er een personeelsdossier. Maar daarin staat niet wat hij allemaal gedaan heeft.

Kortom, het bleek zoeken naar een speld in een hooiberg. We zijn er niet achter gekomen van wie het handschrift van de grondwet is. Een goede ambtenaar is dus onzichtbaar. En veel ambtenaren blijven dat ook na hun afscheid. Hun werk verschijnt niet in druk, met hun naam op de titelpagina. Hun naam en hun werk verdwijnt in vergetelheid.

Casus 2: de onhoorbare ambtenaar

Een goede ambtenaar is ook onhoorbaar. Dat past bij zijn democratisch besef te fungeren onder politieke verantwoordelijkheid. In het archief van minister-president Drees is echter een zeldzaam document bewaard gebleven dat laat zien hoe de ambtenaren tegen hem aankeken. W.F.K. Cost Budde, chef van de afdeling Openbare Werken in Den Haag, gaf in 1933 een toespraak bij het afscheid van Drees als wethouder. Voor zijn ambtenaren zorgde Drees voor een sfeer van rust en vertrouwen, verklaarde Cost Budde:

Geboren regent als U is, toonde U steeds een sterk gevoel voor methodischen arbeid, voor het handelen naar gestelde regelen of, zoo deze nog niet bestonden of niet deugden, dan te scheppen nieuwe normen. Ondanks Uw krachtig temperament – ik hoorde U wel eens vergelijken met een sluimerenden vulcaan! – was niets U zoo vreemd als het handelen naar impulsen. Zooveel mogelijk volgde U bij het nemen van beslissingen met zorg gekozen richtlijnen. Zooveel mogelijk, want […] U had een open oog voor bijzondere gevallen en schroomde dan ook niet om van, overigens gehandhaafde, regelen af te wijken.

De eerste getypte briefCasus 3: de innoverende ambtenaar

Een goede ambtenaar gaat met zijn tijd mee. Omstreeks 1900 doet de schrijfmachine haar intrede bij de centrale overheid. De eerste getypte stukken lijken te worden geproduceerd door het ministerie van Justitie en het nog betrekkelijk jonge ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid. Het duurt echter nog wel even voor het gebruik van de typemachine meer algemeen wordt. De handgeschreven stukken vormen het overgrote deel, soms in een bijzonder mooi handschrift.

Een brief van de minister van Justitie van 18 januari 1899 lijkt een van de eerste getypte brieven aan koningin Wilhelmina. De brief gaat over gratieverlening voor Gerardus Hendricus Matthesius. Die was al in 1893 veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf, maar pas in 1898 ingesloten. Dat vonden ook de Hoge Raad en de minister van Justitie wat al te gortig. Daarom werd Hare Majesteit voorgesteld gratie te verlenen. Zijn misdrijf: mishandeling van een ambtenaar in functie …

De zaak-postduifCasus 4: de onkreukbare ambtenaar

Een goede ambtenaar houdt zich aan de regels. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd volop gebruik gemaakt van postduiven. De Dordrechtenaar Johannes van den Beest kijkt raar op als hij op 28 oktober 1916 in het duivenhok achter zijn huis een hem onbekende duif aantreft. De duif heeft aan zijn ene poot ‘een wit metalen ringetje, terwyl aan de andere poot een berichthulsje’ zit. In dat hulsje blijkt een Engels codebericht te zitten.

Het gaat om een briefje van de Engelse Government pigeon service. In de tekst staat dat het bericht bij het dichtstbijzijnde telegraafkantoor afgeleverd moet worden. (‘This message must be delivered to the nearest Postal Telegraph Office’). Van den Beest volgt de aanwijzing op het briefje en wendt zich met dit telegram direct tot het plaatselijke telegraafkantoor. De directeur aldaar vertrouwt de zaak niet en stelt de Commissaris van Politie op de hoogte. De Dordtse politiecommissaris stelt vast dat het hier kennelijk om een bericht gaat dat afkomstig is van een Brits watervliegtuig. Dat gaat zijn competentie te boven. Hier moet de Procureur-generaal, fungerend als hoofd van Politie te ’s-Gravenhage van weten. Het hoofd van de Haagse politie weet op zijn beurt ook niet goed wat hij met deze duif aan moet. Bovendien raakt dit aan een zaak van staatsbelang. Nederland is immers neutraal in de Eerste Wereldoorlog, terwijl Engeland tot de strijdende partijen behoort. Op 30 oktober stuurt het Hoofd van Politie te ’s-Gravenhage daarom een bericht aan de minister van Justitie. Ook de minister van Justitie beschouwt de Engelse postduif als een gevoelige kwestie, waarin hij niet zelfstandig een besluit wil of kan nemen. Binnen het kabinet-Cort van der Linden dient nader overleg plaats te vinden. De minister stuurt de correspondentie daarom door naar zijn ambtgenoot van Buitenlandse Zaken. Op zijn beurt bespreekt deze de postduif met de minister van Oorlog.

Op 2 januari 1917 komt het verlossende antwoord: ‘de duif zal worden overgedragen aan ’s Rijks postduiven dienst ten einde de bewaring en verzorging van den vogel over te nemen’. De Nederlandse neutraliteit blijft behouden!

Moraal van deze casussen: de nalatenschap van de ambtenaar is onuitputtelijk!

 

Davied van Berlo

Initiatiefnemer van Ambtenaar 2.0 en Pleio. Schrijver van de boeken "Ambtenaar 2.0", "Wij, de overheid" en "De Nieuwe Overheid". Redacteur van De Ambtenaar.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: